De kleuters van de spetterklas hebben het sprookje van Roodkapje volledig zelf getekend en dat willen ze aan iedereen tonen.

Er was eens een meisje, Roodkapje. Op een dag vraagt mama of ze koekjes en wijn wil brengen naar oma. 
Want oma is ziek. Wel op het pad blijven zegt mama.

Roodkapje gaat op pad door het bos en komt de wolf tegen.
“Waar ga jij naartoe?” vraagt de wolf. “Ik ga naar grootmoeder koekjes brengen in het bos” zegt Roodkapje.
“Misschien kan je nog wat bloemen plukken” zegt de wolf.

Grootmoeder woont in een huisje aan de rand van het bos. Ze ligt ziek in haar bed.

De wolf komt aan het huisje van grootmoeder en klopt aan de deur.
“Wie is daar ?” vraagt grootmoeder. “Ik ben roodkapje !” zegt de wolf. “Kom maar binnen “ zegt grootmoeder.

De wolf rent naar binnen en hapt grootmoeder in één slok op. Hij trekt grootmoeders japon aan en legt zich in haar bed.

Roodkapje komt bij grootmoeder en schrikt : “ grootmoeder, jij hebt zo’n grote oren!” Dat is om beter te kunnen horen.
“Grootmoeder, jij hebt zo’n grote ogen!” Dat is om beter te kunnen zien. 
“Grootmoeder, jij hebt zo’n grote mond!” Dat is om je op te eten!!!

De jager wandelt voorbij het huis en hoort luid gesnurk. “Waar komt dat vandaan? Komt dat uit het huis van grootmoeder? “

De jager snijdt de buik van de wolf open en zo konden Roodkapje en grootmoeder zich bevrijden.

Grootmoeder en Roodkapje zijn zo blij en smullen van al het lekkers.

De jager heeft de buik van de wolf vol met stenen gestopt en gooit hem in het water. Eind goed, al goed!

Als je met je muis over de tekening gaat, zie je wie de kunstenaar is!